Pensioen

Pensioen

In Nederland zijn de belangrijkste regels over de meeste pensioenen opgenomen in de opvolger van de Pensioen- en Spaarfondsen Wet PSW, thans de pensioenwet PW. Deze regels zijn veelal dwingend recht dat wil zeggen dat er zelfs niet via een contract van kan worden afgeweken. Dit soort dwingend recht vind je ook in onze huurwetgeving. De wetgever heeft de pensioengerechtigde een adequate bescherming willen bieden. De pensioenregels zijn inmiddels onnodig ingewikkeld geworden. Dat komt hoofdzakelijk omdat men aan de ene kant meer keuzevrijheid wil voor de pensioengerechtigde in zeggenschap en fondsen, maar aan de andere kant onnodige kosten wil vermijden. Kort gezegd de keuze tussen individueel en collectief. Er zijn 4 opbouwvormen die we pijlers noemen. De 1e pijler is de AOW, wie 67 wordt krijgt het basispensioen de AOW. Daar boven komende aanvullende pensioenen, de pijlers 2 tot en met 4. De 2e pijler gaat via de werkgever door deelname in een pensioenfonds. De 3e pijler zijn de individueel gesloten lijfrentes. Tenslotte de 4e pijler waarin iedereen zelf kan sparen voor een aanvullend pensioen. Naast het ouderdomspensioen kennen we het partnerpensioen (vroeger ook wel het weduwepensioen genoemd) , het wezenpensioen, het nabestaandenpensioen en ANW en het Arbeidsongeschiktheidspensioen. Pensioenpremie zijn fiscaal aftrekbaar als aan de geldende regels wordt voldaan, de belangrijkste daarvan is dat het pensioen niet bovenmatig mag zijn en niet te lang voor de pensioengerechtigde leeftijd mag ingaan. In steeds meer Europese landen wordt de pensioengerechtigde leeftijd opgetrokken tot 66 of 67 jaar, vanwege de vergrijzing en de toenemende levensverwachtingen. Door de economische recessie, de rentedaling en de toegenomen levensverwachting zijn veel pensioenfondsen in de verdrukking gekomen, zij komen in een noodregeling waarin ze verplicht worden een grotere buffer op te bouwen. Dat kan onder meer door het verlagen of achterwege laten van een indexering bij de pensioenuitkeringen, een premieverhoging of tenslotte het afstempelen. Dat laatste is de meest drastische oplossing waarbij de pensioenuitkeringen worden verlaagd. Voor ondernemers gelden andere regels, zij kunnen kiezen uit meerder mogelijkheden. Er zijn drie hoofdvormen voor het aanvullende ondernemers pensioen: de lijfrente, kapitaalverzekering en de fiscale oudedagsreserve (FOR) de laatste is een boekhoudkundige reservering op hun balans via de accountant afgestemd met de fiscus.