Bankspaarhypotheek

Bankspaarhypotheek

De bankspaarhypotheek (hypotheek banksparen) is een hypotheekvorm waarbij tijdens de looptijd van de hypotheek op een fiscaal gunstige manier vermogen wordt opgebouwd dat aan het eind van de looptijd van de hypotheek gebruikt dient te worden ter aflossing van de hypotheeklening. Op deze pagina vindt u uitgebreide informatie over de bankspaarhypotheek.

De bankspaarhypotheek waarbij het vermogen tijdens de looptijd van de hypotheek belegd wordt, staat bekend als de Beleggingsrekening Eigen Woning. Deze hypotheekvorm wordt ook wel Beleggingsrecht Eigen Woning of kortweg BEW genoemd. Bij de BEW wordt op een geblokkeerde beleggingsrekening geld gestort dat tijdens de looptijd wordt belegd. Meestal wordt belegd in beleggingsfondsen waarbij verschillende risicoprofielen mogelijk zijn. De risicoprofielen lopen van risicovol tot risicoloos, afhankelijk van de situatie en wensen van de consument. Omdat er meestal gekozen wordt voor een beleggingsvorm met enig beleggingsrisico, zal bij een BEW het rendement vrijwel nooit 100% zeker zijn. Het is bij een BEW daarom vrijwel nooit zeker of het opgebouwde bedrag op de bankspaarrekening op einddatum voldoende zal blijken te zijn om de hypotheeklening af te lossen.

Bij de Spaarrekening Eigen Woning (SEW) wordt tijdens de looptijd van de hypotheek geld gestort op een geblokkeerde spaarrekening. Met het op de bankspaarrekening opgebouwde vermogen wordt de hypotheek aan het einde van de looptijd afgelost. Omdat bij een SEW sprake is van sparen, staat het rendement vooraf vast. Bij een SEW geldt dus dat er sprake is van een gegarandeerd eindkapitaal. Op het moment dat iemand kiest voor een SEW, staat bij voorbaat vast dat de hypotheek aan het eind van de looptijd afgelost kan worden. De spaarrente die ontvangen wordt op de bankspaarrekening, is bij een SEW vaak gekoppeld aan het hypotheekrentetarief dat betaald dient te worden voor de hypotheeklening. Vanwege deze koppeling, kan de bij de SEW maandelijks te betalen spaarsom een onzekere factor zijn. Mocht de hypotheekrente gedurende de looptijd van de hypotheek bijvoorbeeld gaan stijgen, dan zal de spaarrente die ontvangen wordt op de spaarrekening vaak ook stijgen. Omdat het eindkapitaal vaststaat, is het gevolg van een stijgende rente dat de maandelijkse spaarpremie omlaag kan. Het omgekeerde geldt uiteraard ook: als de hypotheekrente daalt, daalt de spaarrente die ontvangen wordt op de spaarrekening vaak mee. Gevolg is dat de maandelijkse spaarpremie bij een rentedaling zal moeten stijgen om tot het gewenste eindkapitaal te komen. Dankzij de koppeling tussen de hypotheekrente en de spaarvergoeding lijkt de SEW veel op de “ouderwetse spaarhypotheek”.